|

Onlangs heb ik de Belijdenissen van Augustinus weer eens gelezen. Wat een bijzonder boek is dat toch. Geen enkel oud boek (en ik bedoel oud; de ‘Belijdenissen’ zijn zo’n 1600 jaar oud) geeft zo’n goed zicht op het zieleleven van de auteur. En dan zie je dat, ondanks alle ontwikkelingen, de mens eigenlijk niet veranderd is.
Ik ga hier geen theologische verhandeling over de ‘Belijdenissen’ schrijven. Bij sommige punten die ik noem ben ik me bewust van en enigszins bekend met de theologische discussies die erover woeden. Dit is niet bedoeld als bijdrage aan die discussies. Het is een leesverslag. Ik noem gewoon een paar punten die me opvielen tijdens het lezen. 1. Doop Augustinus had een christelijke moeder. Toch werd hij als baby niet gedoopt. Toen hij als jongetje erg ziek was, vroeg hij zelf om de doop. Toch kreeg hij die ook nu nog niet. De reden was dat zonde na de doop des te erger was. Maar Augustinus was er zelf niet gelukkig mee. Hij geloofde niet alleen dat de doop de zonde wegwast, maar ook dat hij door de doop bewaard zou worden voor zonde, en dat zijn jeugd niet zo wild geweest zou zijn als hij gedoopt zou zijn geweest. Gelovigendoop schijnt dus in Augustinus’ tijd eerder de norm te zijn geweest dan kinderdoop. Maar een belangrijker verschil is dat voor Augustinus de doop niet slechts een gedenkteken is (baptistisch), en ook niet slechts een teken en zegel van Gods beloften (gereformeerd), maar dat de doop het heil meedeelt en verzegelt (Rooms-katholiek en hoog-Luthers). 2. Werelds vermaak Augustinus waarschuwt ook voor de invloed van toneel en slechte literatuur. Waarom zouden we bewonderen wat we in het echte leven verafschuwen? Dat leidt ons hart weg van God. Me dunkt een waarschuwing die we vandaag goed kunnen gebruiken. Als de vraag niet is “mag het?”, maar “brengt het ons dichter tot God?” dan zouden we wel weer eens wat terughoudender kunnen worden in het meedoen met de moderne cultuur. 3. Samenwonen Augustinus’ vader was een doopkandidaat in de kerk, maar was toch blij toen zijn zoon op vijftienjarige leeftijd een losbandig leven ging leidden en al snel daarna ging samenwonen. Problemen om de tucht in de kerk toe te passen is blijkbaar van alle tijden. 4. Omgang met ongelovige familieleden Augustinus prijst zijn moeder ervoor dat zij nooit de gemeenschap met hem verbroken heeft, ook niet toen hij in zonde leefde, ook niet toen hij een ketterse leer aanhing. Een belangrijke les over het omgaan met ongelovigen uit eigen familiekring. 5. Rationeel geloof Augustinus beschrijft dat hij in de greep van bijgeloof was, onder andere astrologie. Het is heel opvallend hoe hij beschrijft dat hij op zoek gaat naar bewijzen voor wat beweerd wordt, en uiteindelijk niets vindt. Het christendom is anders. Het berust op historie. Ook toen al kwamen er dus mensen tot geloof na een lange zoektocht, en na verschillende alternatieven zorgvuldig afgewogen te hebben. |