|
Marten en Esthers Logboek -
Leven in Isaan
|
|
Geschreven door Marten Visser
|
|
zaterdag 10 juli 2010 00:00 |
|

Dit is de vijfde en laatste afleveringen over dingen die we opvielen bij het lezen van Augustinus' Belijdenissen. 20. Schepping en Genesis Augustinus geeft een exegese van Genesis 1 en 2 waar wel wat op aan te merken valt. Dat realiseert hij zichzelf ook, en interessant genoeg pleit hij voor ruimte binnen de kerk om deze hoofdstukken op verschillende manieren te lezen en op te vatten. Dat is zeker een relevant advies voor de kerk van vandaag!
Hij gaat zelfs zover dat hij zegt dat de ambiguiteit van de tekst een bewijs van zijn inspiratie is. Als ik Mozes was, zegt Augustinus, dan zou ik zo hebben willen schrijven dat degene die nog niet begreep hoe God de wereld geschapen heeft, mijn woorden niet zou verwerpen; en dat degene die, door na te denken, een waarheid hierover ontdekt heeft, het ook niet terzijde zou schuiven; en dat iemand die weer een andere waarheid over de schepping ontdekt heeft, dat die dat ook in de tekst terug kan vinden. Opvallend is hier dus dat Augustinus nadrukkelijk de mogelijkheid openlaat dat de mens dingen over de schepping ontdekt buiten het Woord van God om. 21. Sacramenten Augustinus heeft duidelijk een hoge sacramentsopvatting. Doop en Heilig Avondmaal zijn middelen waardoor God Zijn genade aan de kerk uitdeelt. Er is heel veel geschreven over de sacramentsopvatting in de Oude Kerk. Zonder daar nu op in te gaan, is het wel duidelijk dat Augustinus heel duidelijk stelt dat de sacramenten niet slechts een viering van de kerk zijn, maar dat God iets doet in en door de sacramenten. 22. Wonderen Augustinus spreekt over ‘machtige wonderen’ die in de kerk gebeuren ter overtuiging van ongeestelijken en ongelovigen. Hij spreekt daarover als gebeurtenissen in zijn tijd. Uit zijn andere geschriften weten we dat die wonderen vooral gekoppeld zijn aan de relieken van martelaren. 23. Persoonlijke omgang met God Augustinus baseert zich op de Bijbel. En hij denkt ook na op een filosofische manier. Maar daarnaast zijn zijn gedachten ook gebaseerd op zijn persoonlijke omgang met God, en zegt hij een aantal keren dat God tot hem spreekt in zijn innerlijk. Dit voegt een subjectief aspect toe aan Augustinus’ overdenkingen. Maar het laat wel op een hele mooie manier zien hoe de persoon van de theoloog, en zijn omgang met God, zijn denken beinvloeden. |